Citius Advocaten Logo
Citius Advocaten Logo

Het nieuwe arbobeleid: een zegen of een kwelling?

14 June 2017

De vernieuwde Arbowet zal na enkele uitstellen nu eindelijk definitief in werking treden op 1 juli 2017. Het terugdringen van verzuim blijft een hot item. De wetgever wil werkgevers en werknemers nog meer betrekken bij het arbobeleid en doet dat door de eis te stellen dat een aantal onderwerpen in ieder geval deel uitmaken van het contract dat de werkgever met zijn arbodienst sluit. Het betreft het regelen van een preventief spreekuur waar de werknemer altijd ook zonder ziekmelding terecht kan en het recht van de werknemer om een second opinion bij een andere (arbo)arts te vragen. De vraag is natuurlijk hoe dit zal worden vorm gegeven.

De FNV heeft gedurende de wetsbehandeling telkens gehamerd op de afhankelijkheid van de bedrijfsartsen en dat een second opinion door een andere onafhankelijke arts gekozen moet kunnen worden en niet weer een andere bedrijfsarts. De vereniging van bedrijfsartsen vindt dat niet wenselijk en wil de second opinion binnenshuis houden door een lijst aan te leggen van bedrijfsartsen met specifieke vakinhoudelijke of sectorkennis. Het is echter maar de vraag of er dan toch sprake is van een onafhankelijk advies, maar de praktijk zal het leren. Verder worden de bevoegdheden van de arbo- c.q. bedrijfsarts uitgebreid met de mogelijkheid om iedere werkplek te bezoeken en in overleg te treden met de stakeholders binnen de organisatie van de werkgever, zoals de preventiemedewerker, de ondernemingsraad en andere deskundigen. Ook moet er een klachtenregeling afgesproken worden. Dat houdt in dat werkgevers straks hun contracten met de arbodienst moeten herzien om te voldoen aan de nieuwe wet en zij krijgen daar een termijn voor van een jaar.

De vraag dringt zich op of deze wetswijziging het beoogde gevolg zal hebben, te weten door die verhoging van de betrokkenheid van werkgevers en werknemers het ziekteverzuim terugdringen. De praktijk blijkt altijd weerbarstiger dan voorzien. Immers kan, door de uitbreiding van het instrumentarium van de werknemer, een ziekmelding juist een langere looptijd krijgen en bijvoorbeeld conflicten ontstaan over degene die de second opinion moet afgeven, hetgeen voor de werkgever uiteraard het meest klemt indien er sprake is van een strategische ziekmelding. Dat een zieke werknemer met name voor een kleine werkgever een enorme last kan zijn behoeft geen betoog. In een recente uitspraak oordeelde de kantonrechter dat er geen ontbinding van een zieke werknemer, die zich nog voor zijn indiensttreding had ziek gemeld, kon worden toegestaan vanwege het systeem van de wet, ook al was duidelijk dat de betreffende kleine werkgever een enorme financiële schade liep. Een schrijnende zaak omdat er sprake was van vriendschapsbanden tussen werknemer en werkgever en er dus een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder proeftijd was overeengekomen. Het is echter de vraag of een proeftijd had geholpen: beëindiging in de proeftijd wegens ziekte wordt immers gezien als misbruik van recht.

Op het eerste gezicht lijken de wijzigingen een voor de werkgever kwellende kostenverhogende operatie. Tegelijkertijd biedt deze nieuwe wetgeving de werkgever ook mogelijkheden om ‘er snel bij te zijn’ door de invoering van het preventieve spreekuur. Een ziekmelding kan dan wellicht worden voorkomen door adequate begeleiding en/of aanpassing van de werkzaamheden of werkplek. En dat te kunnen voorkomen is best wel een zegen. Maar ook dat had de genoemde kleine werkgever niet geholpen.